appenzeller spitskuifkriel
 
home actueel rasbeschrijving kleurslagen historie foto's gastenboek contact
   
  historie
 
Herman van Olst startte rond 1980 met zijn kweekprogramma van Appenzeller spitskuifkrielen. Hij fokte toen al enkele jaren met goud zwartgeloverde Appenzeller spitskuiven. De populariteit van de Appenzellers was in die tijd tanende. Door een kriel te fokken, dacht Van Olst het ras aantrekkelijker te maken voor liefhebbers en fokkers. Tegelijk probeerde hij extra kleur in de kriel te krijgen.

Hij begon met een kruising van Uilebaardkrielen x Appenzellers. Geen gelukkige keuze. Na enkele jaren gingen alle jongen dood. De jongen die wel groot werden, hadden weinig weg van een kriel. Ze waren groter dan de Appenzeller zelf. Waarschijnlijk een gevolg van de vreemdfactor.

De tweede poging werd een kruising van een goud zwartgeloverde Appenzeller haan met een vuilwit Hollandse kriel hennetje. Het hennetje koos Van Olst vanwege de blauwfactor. De drie kuikens uit deze kruising waren blauw met een beetje goudhals. De kam dubbel met daarachter een kleine kuif.

De eerste tien generaties ging het nog niet om de kleur, maar om het formaat en de kuif. De kuif was het moeilijkste. Alleen nakomelingen met enkele rechtopstaande veertjes kwamen in de foktoom terecht, om steeds betere rechtopstaande kuiven te krijgen.

Van Olst had in die beginjaren slechts ruimte voor 1 foktoom en enkele reserve hennen. In 1991 verhuisde hij naar Vorden en kreeg de beschikking over meer ruimte, waardoor hij meerdere foktomen kon houden.

In 2003 was de Appenzeller spitskuifkriel zover ontwikkelt dat het ter erkenning werd aangeboden. De standaardcommissie van de NHDB gaf aan dat er drie verschillen moesten zijn ten opzichte van de Appenzeller spitskuiven om ze Spitskuifkrielen te kunnen noemen. Die verschillen waren er volgens Van Olst. Het is een ander type, ze dragen de vleugels lager, ze zijn standaard geloverd en zowel de hen als haan hebben een geloverde staart. Bovendien ontbreekt de schedelknobbel. Van Olst wilde ze graag de naam Gelderse krielen geven, maar bij een voorpresentatie adviseerden de keurmeesters het te houden op Appenzeller spitskuifkrielen.

Op de NHDB bondsshow in 2003 stuurde Van Olst twee kleuren in: zilver zwartgeloverd en goud zwartgeloverd. De zilver zwartgeloverd werden erkend. De goud zwartgeloverd zijn in 2004 opnieuw ter erkenning aangeboden. De keurmeesters vonden de grondkleur in de hennen en hanen van 2003 te licht. In 2004 werd de goud zwartgeloverd wel erkend.